De Verenigde Naties, de EU, landen, bedrijven en NGO’s streven naar een duurzame ontwikkeling. Zij doen dat op basis van de triple-P: People, Planet en Prosperity (VN: Rio de Janeiro 1992 en Johannesburg 2002).
Bij de (her-)ontwikkeling van de gebouwde omgeving, bij productontwerp en bij het in gang zetten van processen is aandacht voor deze “triple P” van groot belang.
People staat voor de sociale kwaliteit, met als mogelijke thema’s welzijn, gezondheid, (keuze-) vrijheid, sociale samenhang, rechtvaardigheid (ook naar latere generaties en buitenland), participatie en veiligheid.
Planet staat voor de milieukwaliteit, met energie, water, materiaal, mobiliteit, afval en ruimte, natuur en landschap.
Prosperity staat voor de economische kwaliteit met winst, welvaart, transparantie, betaalbaarheid, werkgelegenheid en voorzieningen.
De drie P’s van de triple-P vormen samen een driehoek.
Ontwikkelingen, plannen en maatregelen moeten in samenhang en in de juiste verhouding voldoen aan deze drie kwaliteiten.
Een vierde P wordt toegevoegd aan de triple-P. Deze P staat in de gebouwde omgeving voor Project met als thema’s ruimtelijke kwaliteit, relaties door de schalen heen, flexibiliteit, diversiteit, evenwicht en schoonheid. NB: Bij beleidsontwikkeling staat de P voor Proces en bij Productontwikkeling voor Product. De tetraëder die zo ontstaat kan gebruikt worden binnen een plan of ontwikkeling om het belang van de verschillende kwaliteiten, van de onderliggende thema’s en relaties aan te geven. De kwaliteit ie het belangrijkst wordt geacht komt in de top, maar zal altijd gesteund moeten worden door de andere kwaliteiten. Na deze prioriteitstelling volgen nog het bepalen van de ambities en het integreren van de thema’s tot een compleet plan, ook daarvoor zijn “tools” beschikbaar.
Bij de duurzame (her-)ontwikkeling van plekken, producten, processen en theorieën is dan een afgewogen en evenwichtige keuze gemaakt die steunt op de basis van People, Planet en Prosperity.